Publique 03
HANDELSMISSIES
ACHTERGROND
Willem-Alexander ziet er wel de meerwaarde van in. Dat koppelen van vraag en aanbod wordt natuurlijk intensief voorbereid op de ambassade en het konings paar is dan vaak even aanwezig bij een netwerkevent als onderdeel van het totale programma. Zo’n foto van een ondernemer met de koning hangt dan nog jaren in de lobby van het bedrijf.” Evers denkt dat Willem-Alexander er behoorlijk goed in is.“Hij zou een goede consultant zijn want hij is heel handig in verbinden. Je merkt regelmatig dat hij de ver binding zoekt tussen lokale en internationale bedrijven en overheden. Daar moet je niet naïef over zijn.” Het effect van de missies met koninklijke aanwezig- heid lastig te meten is, realiseert Evers zich, maar hij gelooft wel degelijk dat ze zin hebben.“Ik geloof wel dat het deuren opent voor ondernemers. Vooral in de landen zonder koningshuis zie je gewoon dat er extra veel aandacht voor is. Dat maakt het voor bedrijven extra interessant om zaken te doen met Nederlandse bedrij ven, zo hoor je van ondernemers ter plekke.” Totale handel neemt niet toe Joop Adema is onderzoeker bij het Duitse ifo institute dat academisch onderzoek doet naar economische vraagstukken in Duitsland en Europa. Hij onderzocht de effecten van vijftien verschillende bezoeken/handelsmis sies van het koningspaar aan Duitse deelstaten tussen 2013 en 2019. “De totale handel, zowel van Nederland naar de Duitse deelstaten, als andersom, neemt niet toe na een handelsmissie”, vertelt hij. Waarom het niet effectief is, is lastig te interpreteren.“In elk geval handelen Nederland en Duitsland al veel met elkaar, dus kennen bedrijven mogelijke toeleveranciers en klanten over de grens waar schijnlijk al (….).” “Misschien heeft het wel een effect op de banden tussen bedrijven waarvan vertegenwoordigers uit Nederland meegaan. Zover ik weet, heeft niemand dit bestudeerd.” Adema denkt dat er betere methodes zijn om de handel te bevorderen.“De literatuur laat overtuigend zien dat het verlagen van importtarieven en het creëren van een enkele markt met uniforme productstandaarden goed werkt.” Wel degelijk zin Loe Franssen, senior statistisch onderzoeker bij het CBS, is bekend met het onderzoek van Adema, maar vindt de aanpak wat aan de smalle kant.“Let wel: zij kijken alleen naar het effect op bestaande handelaren, terwijl ons onderzoek en ook andere literatuur al heeft aangetoond
ANTWOORDEN WAAR JE (N)IETS AAN HEBT Natuurlijk waren we voor dit verhaal ook benieuwd naar de bevindingen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zelf. De woordvoerders daar wees ons echter door naar de Rijks Voorlichtings dienst waaraan we wat vragen per mail stelden. Met de antwoorden kun je niet zoveel als lezer, maar informatief is nog wel het antwoord op de vraag wat het koningspaar eigenlijk precies doet tijdens zo’n trip. ‘Handelsmissies hebben vaak een ander programma parallel aan dat van het Koninklijk Paar. Ook binnen handelsmissies met verschil lende thema’s gelden verschillende programma’s voor de deelnemers. Het Koninklijk Paar neemt deel aan een of meerdere programma-elementen van de verschillende schema’s en is in die hoedanigheid aanwezig bij bijvoorbeeld bedrijvenbezoeken, rondetafelgesprekken of de ondertekening van MoU’s (een soort herenakkoord, red.). Staatsbezoeken en internationale (economische) werkbe zoeken met handelsmissies vallen onder de ministeriële verantwoordelijkheid. Daarom vergezelt meestal de minister van Buitenlandse Zaken de koning of een ander aangewezen bewindspersoon.’
dat handelsmissies daar niet veel effect op hebben, koningshuis of niet. Het voordeel van een handelsmissie zit met name bij bedrijven die nog niet actief waren op de buitenlandse markt.” Franssen gelooft wel degelijk dat de bezoekjes zin hebben.“Het idee achter een handelsmissie is om informatiebarrières te verhelpen. Een bedrijf is mogelijk geïnteres seerd in een buitenlandse markt, maar weet er niet genoeg vanaf. Bedrijven geven ook aan dat dit de voornaamste redenen zijn om mee te gaan.” Volgens Franssen heeft zo’n missie het meeste effect als er weinig informatie is over de markt. “Dus: een bedrijf is nog niet actief in – laten we zeggen – China, en gaat dan mee op handelsmissie. Dan zien we dat de kans dat het bedrijf vervolgens binnen twee jaar naar dat land gaat exporteren gemiddeld zo’n 7 procentpunt hoger ligt dan wanneer het bedrijf niet op missie geweest was.” “Ook het feit dat we zien dat bedrijven die al actief zijn in de buitenlandse markt géén significant effect ondervinden van deelname aan een handelsmissie interprete ren wij als zijnde bewijs dat een missie alleen ‘werkt’ wanneer daar ook daadwerkelijk een informatie barrière zit.”
Made with FlippingBook Annual report maker